Het stuk

Ein deutsches Requiem, nach Worten der heiligen Schrift, op. 45, is een groot werk voor koor, solisten en symfonieorkest gecomponeerd door de Duitse componist Johannes Brahms tussen 1865 en 1868. In sommige varianten is er ook een orgel bij. Hoewel het een requiem is en daarmee een geestelijk stuk bevat het geen liturgische tekst. Het stuk is opgebouwd uit zeven delen die bij elkaar pakweg 70 tot 80 minuten duren.

Dit requiem is geen eerbetoon aan een overledene, met de gebruikelijke liturgie van de katholieke dodenmis zoals eerder beschreven, maar een requiem voor de levende mens van nu. Hebben we niet allen te maken met verlies, verdriet en rouw? Brahms zelf heeft dit diep ervaren. De zelfmoordpoging en later de dood van zijn vriend Robert Schumann was een groot verdriet. Zijn geliefde moeder overleed. Ook heeft hij geleden onder de onmogelijke liefde voor Clara Schumann, die tot het einde van zijn leven duurde. Het requiem dat hij gedurende een lange periode schreef, werd een requiem van de troost. Je zou kunnen zeggen: het ‘Hooglied van de troost’! Dit laatste is een vondst van Eduard van Hengel en iets waar wij ons graag bij aansluiten. In mooie beelden en teksten uit het oude en nieuwe testament, worden het lijden, de vergankelijkheid en de vrees voor het ongewisse bezongen, maar steeds staat daar het vertrouwen, de hoop en de troost tegenover. “Ik wil u troosten, zoals een moeder haar kind troost.” (Deel 5 uit “Ein Deutsches Requiem”)

Bij de uitvoeringen zoals die met dit project gedaan zullen worden is het orkest verkleind. Dit is gedaan om het mogelijk te maken op een ontspannen manier boven het orkest uit te komen. Met een volledig symfonieorkest van 85 personen is dit soms een knelpunt.

Reacties gesloten.